Slag in de Geest (deel twee)

Naast mij ligt een bosje gele rozen met een reep chocola erin. Eén met zo’n combinatie van smaken die op een vreemde manier lekker is. Bij de ingang van Universiteit Twente zit ik op een bankje. Wachtend op een vrouw die ik eerder die dag kort telefonisch heb gesproken. Laat ik haar S noemen. Via de Triodosbank ben ik met haar in contact gebracht. Ze heeft mijn pasjeshouder gevonden terwijl ik op fietsvakantie was. Het toeval wil dat ze tijdens het opruimen van afval langs de F35, een fietssnelweg langs het spoor tussen Enschede en Hengelo, mijn Secrid aantrof. Een verzameling van symbolisch plastic geklemd tussen beschermend aluminum trof ze aan in de berm. Wat een geluk.

Het is een korte uitwisseling. Ze overhandigt m’n pasjes. Ik geef haar het symbolische bedankje en benadruk mijn waardering. De bloemen vallen in goede aarde. Ze lacht, maar ik bespeur een zekere eenzaamheid in haar ogen.

Een voorschot op trots

Op camping ‘De Halve Maan’ in Well (Noord-Limburg) heb ik het idee dat ik goed en wel op vakantie ben. Het is rustig op de boerencamping. Mijn gear en ik worden steeds betere vrienden. Als ik alles heb uitgepakt en het avondeten ga bereiden krijg ik een mooi lesje ego management voor de kiezen. Terwijl de pasta aan de kook raakt lijkt het mij een goed plan om foto’s te maken. De fietskleding hangt zo mooi te drogen in de zon. Leuk om te sturen naar de familie Signalgroep. Zo is mijn redenering.

Als ik mijn telefoon en hoofd aan het kantelen ben om de perfecte hoek te vinden hoor ik geluiden die pijnlijk duidelijk maken wat er zojuist gebeurt is. Een plok en een plons. De pasta ligt half gekookt in het zand tussen de takjes en blaadjes. Het dampende water trekt langzaam de grond in. Even voel ik de neiging om ook dit schouwspel vast te leggen. Doe het toch maar niet. Ik moet denken aan het boek van Ryan Holiday ‘Ego is the Enemy’. Waar hij bijvoorbeeld de gevaren van een te vroeg gevoel van trots benoemt. Een lening op geluk die je met rente moet terugbetalen.

Comfort

Nederig verzamel ik de penne. Spoel de schuin afgesneden pijpjes af. Laat het weken in heet water. Blijkt dat het ook slap wordt in niet kokend water. Als het maar lang genoeg staat. Ik eet een heerlijke slappe lauwe gesmolten pasta hap in een pot voor de helft gevuld met doperwten. Met cashew noten, haverroom en wat peper en zout. Prima voer om bij te tanken. Morgen staan er rondjes Reindersmeer te voet op het programma in het nabijgelegen natuurgebied Maasduinen. Prachtig.

Deze vakantie staat in het teken van het gebied buiten de comfort zone opzoeken. In die omgeving vind je altijd dingen die helemaal niet zo oncomfortabel blijken te zijn. Ik kan goed lang alleen onderweg zijn en een fijne tijd hebben. Contact met vreemde mensen is dan weleens, tja, vreemd. Jim Morrison had daar best een punt. Er is geregeld een fluisterstemmetje in mij dat ietwat angstig tegen sociale interacties aankijkt. Dan vergroot ik onnodig mijn zelfbewustzijn. Ga ik teveel nadenken over wat ik wil zeggen. Beland ik vervolgens in een vervelende sluimerende emotie. Met stamelen en stotteren als gevolg. Een tijd geleden ben ik tot de conclusie gekomen dat ik daar niet over in hoef te zitten. Wat gebeurt dat gebeurt. Hoe ga ik ermee om? Wat kan ik leren? Zeger in het TV-programma ‘Kamp Waes’ heeft mij geholpen dit verder te accepteren.

Zomerstorm

Het is woensdag 26 augustus. Storm Francis is nog niet uitgeraasd. Afgelopen nacht heb ik de boel toch maar ingepakt rond 04:00 uur. De boom naast mijn tent lijkt vrij stevig in de grond te staan. De takken lijken solide vast te zitten in het kunstmatige licht van mijn headlight. De kans om een heerlijke nachtrust te laten verstoren door een tak op mijn neus wil ik niet vergroten. Het is goed om opties te hebben. Onder de stoa van de boerencamping maak ik alles klaar voor de reis van morgen. Ga verder slapen op de bank. Een surrealistische ervaring. De dansende bomen, de zingende wind, de heldere sterrennacht en de desolate open woonkamer laat ik inwerken op mijn geest. Ben op een plek waar ik graag ben. Enigszins gecontroleerd buiten mijn comfort zone. Wim Hof zegt weleens: ‘Wees niet bang voor de dood. Wees bang dat je te weinig leeft.’

Terwijl ik onder deze bijzondere omstandigheden wegdommel leef ik volop. Voor het interview met MIND in Eindhoven morgenmiddag wil ik enigszins uitgerust zijn. Dat lukt. Weet nog een paar uur slaap te pakken. Ik zet koffie en kan het niet laten om het moment vast te leggen. Dit keer zorg ik ervoor dat het pannetje met water er niet af kan kukelen.

De wind heb ik vol tegen, maar ik ga hartstikke lekker. Op een fietspad naast de N270 heb ik het prima naar mijn zin. Ben wederom in joviale stemming alleen op pad. Nog steeds dankbaar om onderweg te mogen zijn en dat mijn ‘brik’ het houdt. Tijdens een korte stop zie ik een bordje staan die mijn aandacht trekt. Het plaatst mijn vrijwillige ongemak in perspectief. Tijdens lange duurlopen en fietstochten ben ik een stuk ontvankelijker voor emoties. Verdriet en geluk zijn makkelijker om echt te ervaren. Nu voel ik weer zo’n rare mengeling daarvan waar ik zelden bij kan. Even maar. Mijn aandacht gaat weer naar m’n benen. Die hebben alle energie nodig die voor handen is. Het verhaal van meneer Brigden blijft nog een tijdje hangen als ik mijn weg vervolg met een brok in de keel. De volgende plaats is Helmond.

Laag op het bull horn stuur gedoken trek ik langs Brabantse weilanden. Bij elk klein stukje bos dat ik doorkruis heb ik een beetje verlichting. Daarna weer vol met de kop in de wind. Zo rond het middaguur rijd ik een grijs en fantasieloos Helmond binnen. Mijn afspraak om 14:30 uur kan niet meer misgaan realiseer ik geruststellend. Nog tien kilometer naar Eindhoven, meldt een wit rechthoekig en rood omlijnd bordje.

Terugvallen op training, terugvallen op patat

De eerste helft van van mijn etappe vandaag is in zicht. De 55 van de 131 km zitten er bijna op. In mijn hoofd ben ik al met praktische zaken bezig. Wat zal ik straks eens gaan eten in Eindhoven? Een patatje curry/ui en een blikje cola? Ja goed plan. Dat at ik weleens als DHL fietskoerier zo’n vijf jaar geleden. Een maaltijd die ik associeer met een beloning na een halve dag doortrappen. Mijn gedachten dwalen af naar een afgekoeld patatje met een adequate hoeveelheid zout. Voor 31 procent gedoopt in curry en voorzien van een gedoseerde hoeveelheid stukjes fijngesneden ui. Voorzichtig verzonken in het saus oppervlak. Verdronken in een slok cola.

Plotseling word ik letterlijk wakkergeschud uit deze dagdroom. Er wiebelt iets. Een fenomeen dat mij niet onbekend voorkomt. Een dansend achterwiel. O jee. Dat kan maar één ding betekenen. Een gesprongen spaak. Een slag in mijn achterwiel. Voordat ik een slag in de geest krijg komt er een term mijn hoofd binnen schuiven. Zoals een computer zegt dat je je besturingssoftware moet updaten. Amor Fati. Omarm je lot. Ik prijs mijzelf gelukkig in plaats van dat ik vol in de stress schiet. Zoals eerder sneller het geval was.

“Don’t rise to your expectations. Fall back on your training.” Zo heb ik David Goggins weleens horen zeggen in een podcast. Een motto van de elite legereenheid waar hij gepokt en gemazeld is. Afkomstig vanuit een positie waarin hij een allerminst gunstige hand met kaarten gedeeld heeft gekregen.

Terwijl een legertje cortisol soldaatjes (cortisoldaatjes® als je wil) opdracht heeft gekregen vanuit mijn hersenen om ten aanval te trekken in mijn buik herinner ik mijn training en val erop terug. Na een kort assessment van het achterwiel zie ik dat de remmetjes eraf moeten zodat ik op z’n minst wandelend verder kan. Ik haal een multitool uit m’n waterdichte Chrome back-up tasje. Ooit gekregen van mijn fietskoerier mentor die ook een militaire achtergrond heeft. Heb veel van hem geleerd. Ook veel over mijzelf dankzij hem.

Google maps vertelt mij dat er een klein stationnetje vlakbij is. Wat een geluk. Wat heb ik een geweldige plek gevonden om tegenslag te krijgen zeg ik tegen mijzelf. De NS app laat mij weten dat ik alsnog op tijd in Eindhoven kan zijn voor het interview. Ik mag dan geen pasjes meer hebben. Via de NS app kan ik net op tijd een account aanmaken en digitale tickets kopen.

In Eindhoven is er zelfs nog tijd om mijn dagdroom realiteit te laten worden. Vlakbij het podium van Dynamo waar ik alweer bijna een jaar geleden mijn laatste concert (niet de minste van Thursday, spot de dude met een grijs t-shirt) heb mogen meemaken eet ik een patatje met curry en uitjes. Een koud blikje cola staat naast het plastic bakje met dampende gefrituurde troost.

Om 14:15 wandel ik richting de MIND studio. Lichtelijk zenuwachtig. De plusminus young podcast zou het uitgangspunt zijn. De interviewster was meer geïnteresseerd in andere dingen. We duiken vooral mijn puberteit in waarin mijn bipolaire stoornis is ontstaan. De podcast van plusminus werd aan het eind nog even kort besproken. In de Pillencast heb ik wat vloeiender kunnen uitweiden over de voedingsbodem voor bipolaire verstoring in mijn jeugd. En hoe je een eigen aandeel kan hebben om daar mee te dealen.

Giele blommen

Diezelfde woensdag heb ik schaamteloos de trein naar huis gepakt. Reparatie was weinig zinvol. De brik hield het niet.

Ruim een week later komt een nummer van het geweldige album ‘Brik’ van De Kift weer eens voorbij. Zo’n sleutelplaat die verankerd raakt met je bestaan. Het einde van dit meesterwerk is ongeëvenaard. Het eindigt met angst. Het laat je achter in een beklemmende leegte. Akelig mooi beschreven. Zo’n leegte die ik voelde nadat ik mijn pasjeshouder was kwijtgeraakt op een zonovergoten zaterdagochtend waarin het karkas van de realiteit overbelicht raakte. Een okergeel existentieel vacuüm van sluimerende angst. Als kwade tongen van de geest je van slag proberen te maken.

Bij de ingang van Universiteit Twente denk ik weer aan de Kift. Op een bankje aan de rand van Enschede. De vrouw die mijn pasjes komt brengen heeft een eenzame blik haar ogen. Ze is op een gegeven moment gewoon afval gaan oprapen langs een fietspad, een eindje verderop bij het spoor, omdat ze zelfs iets wilde gaan doen tegen de vervuiling in de berm. Zo gaaf. Ik overhandig haar het bosje bloemen en raak ontroerd door onze ontmoeting. Omdat ze zich zo inzet om zelf voor verandering te zorgen. Met een welkom bij-effect. Onze wegen kruisen elkaar op een merkwaardige manier. Iets dat symbool stond voor angst heeft plaats gemaakt voor geluk. De leegte wordt gevuld met liefde, zou ik bijna willen zeggen (met een ingecalculeerd risico om als de zanger van De Kast te klinken).

‘Geel is mijn lievelingskleur’, zegt ze. Terwijl ze aarzelend lacht. S stapt weer op haar fietst en verdwijnt achter de strak uitgelijnde gebouwen van de campus. Wandelend ga ik terug. De zon breekt door. De realiteit is weer eens anders belicht onder dezelfde zonnestralen. Het licht dat mijn wereld vorige week nog zo wist te verblinden.

Ze had een bos van die afschuwelijke gele bloemen bij zich. Een gele vlek midden in de drukte. Ik kon niet anders dan haar volgen. De hoofdstraat door, dan een andere straat, vol met mensen. Ze liep een verlaten zijstraat in en draaide zich om. Ik werd getroffen, niet zozeer door haar schoonheid, want ze is mooi…

ik werd getroffen door de eenzaamheid in haar ogen. Zo’n eenzaamheid heeft niemand ooit gezien. Ze sprak me aan en zei: ‘Vindt u mijn bloemen mooi?’ ‘Nee,’ zei ik, ‘ik hou van rozen.’ Ze glimlachte en gooide haar bloemen in de goot. Ik raapte ze op en reikte ze haar aan

De Kift – Giele Blommen (Brik, 2011 )

Ruben Eijsink

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: