Slag in de geest (deel 1)

Op de derde dag van mijn fietsvakantie bevind ik mij slechts acht kilometer van huis. Het is maandag  24 augustus. Het had ook makkelijk een andere dag kunnen zijn. De dagen hebben in mijn vakantie weinig betekenis. In deze Corona periode helemaal. Mijn Ortlieb messenger bag draag ik op mijn rug zoals ik gewend ben. Lijkt mij beter voor de verdeling van het gewicht op mijn fiets. Een single speed. Hoeveel gewicht die aankan heb ik niet opgezocht.

Ik stap af om te kijken of ik het gewicht kan verplaatsen naar de bagagedrager. Daar hangen al twee fietstassen aan. Terwijl ik goed en wel ben afgestapt in de berm van een bosweg in het buitengebied van Enschede-Zuid komt er een man met een hond voorbij wandelen. Hij vraagt mij enthousiast of ik op fietsvakantie ben.

Ik antwoord bevestigend. Hij heeft een tattoo van een zwarte hagedis op zijn onderarm staan. Waar de reis naartoe gaat? Vandaag heb ik Well in Noord-Limburg als bestemming. Vlakbij het prachtige natuurgebied Maasduinen. Ik volg de Twente route door de achterhoek en een stuk door Duitsland. Ben er niet helemaal van overtuigd dat ik het ga halen als ik deze woorden uitspreek. De meneer met de hond en hagedis tattoo vergroot vervolgens niet mijn zelfvertrouwen. Hij kijkt naar mijn banden: ‘Zijn wel wat dunne bandjes hè. Je zou weleens een slag in je wiel kunnen krijgen.’ 

Luisteren en negeren

Voor een moment voel ik de mogelijkheid dat ik een slag in mijn geest zou kunnen krijgen. Hier had ik nog niet over nagedacht. Moest al aan zoveel dingen denken in de aanloop naar mijn vakantie. Had er wel bredere banden onder willen zetten. Kwam er niet aan toe en had er geen geld voor. Een slag in het wiel vanwege overbelasting had de revue nog niet gepasseerd in mijn voorbereiding. Dat mijn bagagedrager het zou begeven leek mij waarschijnlijker.

De man met hond en hagedis tattoo vertelt vervolgens enthousiast over zijn avonturen in Turkije en het Oostblok. Op zijn fiets. Ongetwijfeld met banden die aan breedte niet te wensen overlieten. Met een mix van verbazing, medelijden en ontzag in zijn ogen wenst hij mij een goede reis. Ik wens de sympathieke man een fijne dag verder. Krab even achter mijn oren, strek mijn rug en sla mijn muilezel singlespeed fiets gade.

Na ons korte gesprek schiet de gedachte ...ik kan nog terug… door mijn hoofd. Natuurlijk is dat geen optie. Zolang ‘de brik het houdt’ wil ik onderweg blijven. Met een extra tas achterop. Dit keer wel over de asfaltweg als het even kan. Het voelt goed om geen gewicht op mijn rug te hoeven dragen. Berustend in onzekerheid vervolg ik mijn weg. Geen onbekend terrein.

Vol tegen de wind in ga ik van dorp tot dorp. Het eerste ijkpunt is Haaksbergen. Daar sla ik twee pakken roosvicee mix, cashew noten en een kruidkoek ter grootte van mijn onderarm in. Genoeg om de Duitse grens bij Dinxperloo mee te bereiken. Mijn blik glijdt langs het prachtig glooiende landschap van de Twente en Achterhoek. Zo nu en dan kijk ik naar beneden. De bagagedrager die ik ietwat provisorisch erop heb gemonteerd ziet er nog stabiel uit. De dunne bandjes houden het nog. Ik koester de kilometers die ik aan het maken ben. Bewust van een mogelijk onheilspellend lot geniet ik van elke meter die nagenoeg geruisloos voorbij rolt. Ik luister naar de wind. Ik luister naar de wolken.

Oh well..

Onderweg naar Well op de Bundestrasse 67 ben ik in joviale stemming. Ga naamloos alleen. Moet veel denken aan een boek dat ik onlangs heb verslonden: ‘Handboek voor de vagebond’.

Het mag dan al meer dan 100 km goed gaan. Dat betekent niet dat het niet elk moment over kan zijn met de pret. Voorzichtig fantaseer ik over de woordspelingen die ik kan maken in de familie Signal groep als ik ben aangekomen in Well. Streng voor mijzelf voed ik dergelijke hersenspinsels niet. Eerst maar eens daar aankomen. Dan zie ik Well.

Het is nieuw voor mij om alleen op fietsvakantie te gaan. Het voelt wel vertrouwd om lange stukken alleen te fietsen. Jarenlang heb ik door weer, wind en stemmingen post bezorgd in het buitengebied van Enschede. Alleen zijn op een camping is wat onwennig. Tijdens deze vakantie kom ik versies van mijzelf tegen die ik al even niet meer heb gezien. Een opdringerig en verlammend gevoel van angst en onzekerheid probeert terrein te winnen. Af en toe schiet de gedachte en je bent ook nog aan het afbouwen met de medicatie.. door mijn hoofd. 


Opdringerige verhaallijn

Zaterdag 22 augustus. Eind van de middag. Eerste dag van de vakantie. Ik ben aangekomen op Landgoed camping het Meuleman. Een prima plek om te kamperen vlakbij het prachtige Lutterzand. Terwijl ik mijn tentje aan het opzetten ben moet ik bijkomen van de afgelopen 24 uur.

De vorige avond ben ik mijn Segrid met alle pasjes erin verloren tijdens het fietskoerieren. Toen ik dit realiseerde probeerde ik niet in paniek te raken en de aandacht te richten op de taak die voor handen was. Pakketjes bezorgen. Wat kon ik doen op dat moment? Pasjes blokkeren in mijn telefoon en mij niet laten meevoeren door angstige gedachten.

Negatief narrativiseren ligt op de loer. De niet helpende opdringerige verhaallijn die mij omlaag probeert te trekken probeer ik weg te lachen. Ik moet denken aan de vier stappen om te dealen met stress van Scott Jurek zoals hij ze beschrijft is z’n geweldige boek ‘Eat and Run’. Het hielp mij ook een week eerder toen ik mijn sleutels op de bodem van het Rutbeek, een reacreatieplas aan de rand van Enschede, heb achtergelaten tijdens een zwemtraining.

Jurek describes a mental exercise he does when in tough situations, and I’ve found that it applies just as well in the difficulties in my own life. It’s a four-step checklist that I try use when I start to feel upset, to head off a snowballing episode of depression. Paraphrased, here are his steps:

     1) Allow yourself to feel the emotion(s) that the situation is calling up.
     2) Take stock of the situation and assess it honestly.
     3) Brainstorm ways you can improve the situation.
     4) Separate your negative emotions from the reality of the situation so that you can go ahead with your plan.


It’s helpful to have pre-fabricated thought strategies when you can feel yourself starting to veer from rationality toward depression, and Jurek’s checklist does the trick for me.

(bron: https://stepsineverystate.wordpress.com/2014/12/09/eat-and-run/)

Eerder die zaterdag ben ik al om 03:00 uur wakker. Alles wat ik mee wil nemen ligt klaar op de eettafel. Het is te veel, dat weet ik ook wel. Gezien de huidige omstandigheden en mijn budget moet ik het hiermee doen. De hele ochtend ben ik bezig met voorbereidingen. Een wasje doen. Onderdelen van een racefiets halen als reserve. Nog wat dingen kopen.

Met een vriend van mij drink ik koffie en ontbijten we in de tuin. Ik waardeer zijn hulp. Als hij weg is kom ik even in een rare realiteit terecht zoals ik die ken uit diepe depressies. Als de werkelijkheid ongefilterd hard binnenkomt en er over allerlei zaken kan worden getwijfeld. De werkelijkheid zien als een Röntgenfoto. Zoals Femke Schavemaker zo mooi omschrijft in haar boek ‘Karkas’.

Pas op de plaats

Is op fietsvakantie gaan nu wel verstandig met weinig slaap achter de ogen? Wat als ik de komende dagen ook slecht slaap? Had ik gisteren wel tegen al mijn Whatsapp contacten moeten zeggen dat ik begin september overstap op Signal? Ben ik niet te rigide bezig? Zijn dit tekenen van hypomanie? Ben ik wel goed voorbereid? Kan mijn fiets het gewicht wel aan? Vragen die slingerend door mijn hoofd fietsen.

Het onbestemde gevoel wat ik heb doet mij sterk denken aan een paniekaanval van vier jaar geleden. Dit wil ik voor zijn. Wat heb ik nou geleerd van bijna drie jaar Stoïcijnse levenslessen? Richt je op de taak voor handen. FATTAH, zoals ik het voor het gemak heb afgekort. Klinkt helder in mijn hoofd. Focus at the task at hand. 

“At every moment keep a sturdy mind on the task at hand, as a Roman and human being, doing it with strict and simple dignity, affection, freedom, and justice—giving yourself a break from all other considerations. You can do this if you approach each task as if it is your last, giving up every distraction, emotional subversion of reason, and all drama, vanity, and complaint over your fair share. You can see how mastery over a few things makes it possible to live an abundant and devout life—for, if you keep watch over these things, the gods won’t ask for more.”

Marcus Aurelius, Meditations, 2.5

Het verliezen van mijn Segrid heb ik misschien net iets teveel beantwoord met onverschilligheid. Te stoïcijns (dit keer zonder hoofdletter) handelen is ook prima mogelijk. Ik maak geen haast met het aanvragen van nieuwe pasjes. Er is nog veel te doen vandaag. Een nieuwe omstandigheid met impact verwerken vanuit vermoeidheid terwijl ik mijn plastic toegang ergens ben verloren is geen prettig uitgangspunt.

Het vacuüm van een existentiële leegte begint aan mij trekken. Ik voel een ijzige wind in mijn hoofd voorbij trekken zoals ik die eerder heb ervaren in situaties die ik niet per se nog een keer hoef te beleven. Wat moet ik doen? Juist. Richten op de taak voor handen. Een overzichtje maken helpt. Daarnaast leun ik op het besef dat ik de afgelopen maanden cash heb verdeeld in mijn tassen zodat ik in ieder geval genoeg geld heb voor deze vakantie. 

Met een draagbare hoeveelheid angst in mijn lijf ga ik op pad. Amper ben ik de hoek om aan het eind van mijn straat en een fietstas hangt met één clip los aan de bagagedrager. Als een bergbeklimmer die free solo aan een cliff hangt. Hoe ga ik mijn interview in Eindhoven later deze week voor MIND in godsnaam halen?

Wordt vervolgd.

Ruben Eijsink

Houtskool

Mede door de hitte kan ik de slaap niet vatten. Ik besluit om naar beneden te gaan om wat te gaan kijken en onnodig te eten. Dit is een gewoonte die ik liever kwijt ben dan rijk. Het is echter ook iets wat ik mijzelf wil kunnen gunnen zo nu en dan. Met een late-night snack aan mijn zijde neem ik plaats in de met kattenhaar bedekte stoel. Mijn iPhone ligt in mijn rechterhand terwijl ik een bordje voorzien van een pitabroodje tosti op de leuning laat balanceren.

Gotta stay in the moment!

Eind maart was ik min of meer verslaafd aan de documentaire serie over Michael Jordan en de Chicago Bulls. The Last Dance op Netflix. Alsof ik mid-twintig was keek ik meerdere episodes achter elkaar tot wel 01:00 uur. De laatste jaren lig ik er doorgaans niet later dan 22:00 uur in. De afgelopen weken liep ik rond met het idee om een artikel te wijden aan de lessen die we kunnen leren van ‘His Royal Airness’. Hoe hij ogenschijnlijk eigenhandig (en vliegend) een onmogelijke klus heeft geklaard. Een ‘bierteam’ in de middenmoot zes keer kampioen maken. Uiteraard ging het niet alleen om de 1.96 meter lange atleet uit Carolina, USA. 

Hij had het team nodig. Met zijn maatjes Scotty Pippin en Dennis Rodman als belangrijkste sidekicks. Zonder coach Phil Jackson had het hij het ook niet gered waarschijnlijk. Wat een intrigerend mens. De manager van de Bulls voegde er in de 10-delige documentaire aan toe dat hij de mannen in het rood nergens waren zonder de organisatie als geheel. Ik zag veel interessante parallellen met een herstelproces. Een invalshoek die ik de afgelopen weken maar niet in woorden kon gieten. Alsof ik driepunters probeer te scoren terwijl ik nauwelijks raak kon schieten vanaf de strafworp lijn. Tijd vinden viel ik ook niet mee. Waarom zou ik het mijzelf niet makkelijker maken? Van rood verschuif ik naar grijs. Houtskool grijs.

Ik neem een hap van de tosti die eigenlijk nog steeds iets te heet is en blader door de iPhone. Om wat actualiteiten mee te krijgen besluit ik om een aflevering van ‘Op1’ terug te gaan kijken. Sander Schimmelpenninck en Welmoed Sijtsma zijn het presentatieduo. Liever had ik levende legende Pieter van der Wielen eens in actie willen zien. Zijn laatste optreden blijkt een week terug te zijn. Zoals ik omhoog swipend en naar beneden scrollend constateer. Dan maar de aflevering van gisteren. Voor nu actueel genoeg. 

Als mijn aandacht verslapt en m’n dopamine level stijgt (of is het andersom?) besluit ik dat het belangrijk is dat ik iets ga bestellen wat ik al enige tijd in mijn achterhoofd geparkeerd heb. Het is geen impuls aankoop. Weet ik mijzelf duidelijk te maken. Ik maak een bewuste keuze waarbij ik investeer in mijn identiteit. Een weloverwogen keuze. Mijn gedachten gaan terug naar een aantal zomers geleden.

My friend Goo

In juni van 2016 heb ik moeite met keuzes maken. Op alle fronten. Het heet ook wel depressief zijn. Nadat ik mijzelf heb weten te overtuigen dat uit bed stappen de minst slechte optie is weet ik niet wat ik aan moet trekken. Wankelend probeer ik mij staande te houden voor de kledingkast.

In de ochtend, als de hersenen aan het bijkomen zijn van een bizarre virtuele reis langs dronken decors, onmogelijke ontmoetingen en niet bestaande landschappen, wil je zo min mogelijk keuzes maken. Wenselijke acties voorgeprogrammeerd hebben. Daarom werken ochtendroutines ook zo goed. Minder keuzes betekent meer ruimte voor actie. Als er tijdens een depressie weinig ruimte is voor actie, dan is elke gesneuvelde keuze in ruil voor een bijdrage aan een wenselijke identiteit winst. Gebaseerd op laagdrempelige actie.



Voor mij ligt een stapel T-shirts met allerlei prints van bands die mijn hoofd doen duizelen. Ik herken mij niet in de persoon die ze heeft gekocht. Iemand die zonder aarzeling een black metal print op zijn borst droeg. Of voor de dag kwam met het iconische ‘Goo’ shirt van Sonic Youth. Het katoen van het Fruit of the Looms medium model gaat inmiddels meer richting grijs dan dat het zwart is. De persoon die het kocht in The Independent outlet store Amsterdam ergens in de jaren nul staat hier niet. Die had zonder twijfel de Sonic Youth merch met de provocerende tekst uit de kast getrokken.

Nu kan ik geen keuze maken terwijl mijn ogen glijden langs herinneringen met inkt weggezakt in stof. Ik wil het blanco grijze shirt aantrekken die ik vaak droeg tijdens optredens met The Daydream Fit. Had het stuk gedragen en een kort tweede leven gegeven als bestemming voor kettingsmeer.

The Daydream Fit

Opeens strijkt het idee neer in mijn vastgelopen hoofd dat piept en kraakt. ..Meer grijze T-shirts… Waarom koop ik niet een stapel grijze T-shirts? Een uitspraak die ik heb gehoord in een podcast kwam omhoog. Het ging over productieve en succesvolle mensen die altijd hetzelfde dragen. Van Tibetaanse monniken, kunstenaars en muzikanten die altijd in het zwart zijn gehuld tot Steve Jobs. Productief en succesvol kan dan van alles betekenen.

Op 8 juni 2017 bestelde ik een viertal T-shirts in houtskool grijs. Later vulde ik het aan tot tien stuks. Een kleine stap heb ik gezet. Eén met grote impact om mijn leven iets overzichtelijker en makkelijker te maken. Minder aandacht ging uit naar de persoon die ik dacht te zijn. Meer ruimte om mij te richten op de persoon die ik kon worden. Vanuit de kleinst mogelijke stappen.

Therapie

Er verschijnt een e-mail van een Amerikaans webstore op mijn iPhone. De bestelling is in goede orde ontvangen. Ik wil nog een tosti maken. Kan het negeren. Het wordt tijd om voor de tweede keer de tanden te poetsen en het bed weer op te zoeken. Ik kijk ernaar uit om mijn nieuwe Sonic Youth shirt te dragen. De stapel met grijze shirts blijft in de kast liggen. Als ik niet kan of wil kiezen ga ik voor grijs.

In het kader van omgaan met bipolariteit zei iemand nog recentelijk nog tegen mij: ‘Blijf op zoek naar het grijze.’ Dat kreeg hij te horen van zijn therapeut. Grijs is niet saai. Het werkt therapeutisch.

Ruben Eijsink

Dit album blijft heerlijk hangen in het grijze. Ook heel therapeutisch.

Slimmer omgaan met de smart phone

Maanden, zo niet jaren heeft Whatsapp veel stress opgeleverd in mindere periodes en de nasleep ervan. Elke keer dat ik mijn telefoon liet oplichten was ik huiverig voor de meldingen die op het scherm zouden kunnen verschijnen. Ik was erg onzeker. Bang dat ik fouten had gemaakt tijdens mijn werk. Bijvoorbeeld ergens vergeten post op te halen tijdens een fietskoerier dienst.

In depressies was het ook uitdagend om (goedbedoelde) berichten van vrienden en kennissen te lezen. Niet te vergeten het beantwoorden ervan. Ik was mij hyper bewust van mijzelf en hoe ik over zou komen. De woorden kwamen erg stroef uit mijn duimen. Degene aan de andere kant van het scherm kon zien dat ik bezig was met het schrijven van een bericht. Daardoor stagneerde ik. Geen idee hebbend hoe ik het einde van de zin ging halen. Werkelijkheid en inbeelding samengevlochten in een digitale omgeving. De bekende quote van Seneca ging even niet op.

Dit ging maanden zo door. Het koste mij heel veel moeite om met een antwoord op te proppen te komen. Op een gegeven moment ben ik mijn berichten eerst in de notitie app gaan typen. Met mijn stroperige hoofd en aarzelende handen. Er moest iets veranderen. Terwijl ik de afwas deed met oordoppen in kwam ik op het spoor van een oplossing.

Meer invulling door leegte

In ‘Een podcast over media’ (EPOM) gaf co-host Ernst-Jan Pfauth inmiddels alweer een aantal jaren terug een tip die ik direct heb toegepast. Het klonk zo logisch. Waarom had ik dat nog niet eerder gedaan. Hij sprak erover dat het zoveel rust geeft als je het beginscherm van je telefoon leeg houdt en alleen de broodnodige apps onderin het dock hebt staan. Zo wordt je niet telkens in de verleiding gebracht door alle apps en rode bolletjes die strijden om jouw aandacht. Laat staan meldingen en notificaties.

Wat wil ik aandacht geven? Die vraag ben ik mijzelf gaan stellen. Wat is helpend voor mij. Hoe kan de smartphone bijdragen aan productiviteit, stabiliteit en wenselijke gewoontes? Hoe hou je digitaal sociaal contact behapbaar en overzichtelijk.

In eerste instantie liet ik mijn hoofdscherm helemaal leeg, naar de suggestie van de EPOM co-host. Het schilderij ‘La Grande Famille’ van René Margritte en ‘amor fati’ zijn inspirerend. Ze herinneren mij eraan hoe je rust en en perspectief kan vinden in stom-achtige toestanden. De innerlijke citadel. Dat het helpt om het lot lief te te hebben. Je kunt je makkelijker door een storm bewegen als je accepteert dat je veel tegenwind gaat krijgen en goed nat kan worden. Dat het reinigend kan werken en je sterker maakt.

Aan die symboliek had ik niet genoeg. Naar de vier wetten van James Clear over gewoontes heb ik een rij met apps toegevoegd aan het beginscherm. Laat ik die wetten er nog eens bij pakken:

AanleidingHoe maak je het voor de hand liggend?
Verlangen – Hoe maak je het aantrekkelijk?
Respons – Hoe maak je het makkelijk?
Beloning – Hoe maak je het bevredigend 

Als ik ’s ochtends mijn iPhone laat ontwaken uit zijn digitale slaap dan is de aanleiding dat ik op een constructieve manier aan mijn dag wil beginnen. Nadat ik mijn work-out heb gedaan en koffie heb gezet. Het eerste wat ik zie als ik het toestel ontgrendel zijn de vier bovenste apps die ik van links naar rechts langsloop. Ik begin met ademhalingsoefeningen van Wim Hof. Vervolgens een meditatie sessie van Sam Harris. (Even een dikke vette disclaimer: dat lukt lang niet elke dag. Het blijft een streven.)

Daarna kijk ik hoeveel ik heb geslapen die nacht en vul ik mijn iMoodJournal in. De digitale life chart. Omdat de apps in wenselijke volgorde staan is het makkelijker om ze uit te voeren. Bij het invullen van de iMoodJournal ervaar ik doorgaans de minste weerstand. Daarom staat die op het eind. Als beloning staat er daarna een goede kop zwarte koffie klaar. 

De vier apps in het dock zijn in het kader van planning, informatie opzoeken en opslaan. Van links naar rechts:

  • Todoist Maakt het makkelijk om to do’s te categoriseren 
  • Brave Een browser met extra aandacht voor privacy en veiligheid
  • Herinneringen gebruik ik voor het opslaan van artikelen die ik later wil lezen. Aan de meesten kom ik overigens nooit meer toe. Wel interessant om na verloop van tijd patronen te gaan zien in verschillende interesses. Het werkt als een soort filter.
  • iCal Onmisbaar. Het helpt vooral als ik ook daadwerkelijk direct afspraken erin opsla. Dat is nog weleens misgegaan. Zal ook wel blijven gebeuren.

Buiten zicht, binnen handbereik

Alle andere apps heb ik in de rechterpagina’s buiten het zicht gezet. Verdere applicaties die ik veel gebruik zijn mail, twitter, Overcast (podcast app), Spotify, Proton VPN (staat altijd aan), google maps, youtube, NPO app en die van de NRC. Die bereik via de zoekfunctie. Op die manier probeer ik vanuit intentie te handelen. Het blijft meer een streven dan een doel. Mail probeer ik, zoals ook getipt door Ernst-Jan Pfauth, een paar keer per dag te checken. Toch doe ik dat vaker dan ik zou willen. Blijkbaar is dat iets waar mijn brein korte termijn bevrediging en sociale validatie denkt te vinden. Waar ik dat voorheen in Facebook en Instagram kon vinden. Onlangs heb ik besloten om mijn telefoon helemaal Facebook vrij te maken. Ook Whatsapp moet eraan geloven. Al enige tijd liep ik rond met het idee om over te stappen op Signal.

Onlangs heb ik aan mijn contacten laten weten dat ik over twee maanden Whatsapp van mijn telefoon ga verwijderen. Uiteraard kan ik dan nog steeds in een sociale valkuil stappen zoals aan het begin beschreven. Het gaat mij er meer om dat Facebook zo’n dubieus bedrijf is. Als er goede alternatieven zoals Signal bestaan. Waarom niet overstappen? Het deed mij denken aan de dagen dat ik vegetariër en veganist werd. Het lijkt zo duidelijk en simpel. Makkelijk is het niet. Vooral het sociale aspect. 

Om slim gebruik te maken van de smartphone heb ik het ingericht om productiviteit, ondersteuning, creativiteit en monitoring te stimuleren. Ik prijs mijzelf gelukkig dat ik verschillende bronnen ben tegengekomen die dit hebben aangemoedigd. Mensen als James Clear, Cal Newport en Ernst-Jan Pfauth benadrukken allemaal hoe kwetsbaar je aandacht en concentratie is. Hoe gevoelig je kan zijn voor meldingen zoals ze zijn ingesteld door fabrikanten van telefoons en ontwikkelaars van apps.

Natuurlijk is het mooi om gebruik te kunnen maken van apps die communicatie makkelijker maken. Het is wel zo prettig als je zelf kan bepalen wanneer en hoe je die digitale sociale omgeving betreed. Stel je voor dat je altijd een groep mensen achter je aan hebt lopen die elk moment op je schouder kan tikken en iets van je wil. Gelukkig is er de mogelijkheid om je op de taak voor handen te richten. Om gewoontes te ondersteunen die goed voor je zijn om meerdere keren per week te herhalen. Misschien wel dagelijks. Laat je telefoon daarbij helpen. Door het slim in te richten. Misschien wordt het tijd.

“At every moment keep a sturdy mind on the task at hand, as a Roman and human being, doing it with strict and simple dignity, affection, freedom, and justice—giving yourself a break from all other considerations. You can do this if you approach each task as if it is your last, giving up every distraction, emotional subversion of reason, and all drama, vanity, and complaint over your fair share. You can see how mastery over a few things makes it possible to live an abundant and devout life—for, if you keep watch over these things, the gods won’t ask for more.”

Marcus Aurelius, Meditations, 2.5

“People are frugal in guarding their personal property; but as soon as it comes to squandering time they are most wasteful of the one thing in which it is right to be stingy.”

Seneca, On the Shortness of Life

Ruben Eijsink


Premeditatio Malorum (negatieve visualisatie)

Eind mei 2017 gaat het niet goed met mij. Middenin een episode heb ik geen idee waar het zal eindigen. Donkere gedachten en reflecties vullen mijn notitieboekje. Ik beschrijf dat ik mij vlak voel en suïcidale denkbeelden heb. Een heftige maand ligt achter mij. Het begin van de episode kan ik mij nog goed heugen. Heb er twee intense full-time werkweken opzitten bij een grote outdoorwinkel waar ik eigenlijk één dag per week zou gaan werken. Ik zit aan tafel in de woonkamer. Een vriend van mij vraagt via Whatsapp of ik mee ga naar een concert. Omdat ik ervan uitga dat het in de buurt is van Enschede stem ik in. Blijkt het in Dordrecht te zijn. Vanuit mijn enthousiasme wil ik mij niet laten kennen. Dat kan er nog wel bij denk ik. Een forse overvraging van mijn belastbaarheid. Die vrijdag stap ik in een gespreid bedje voor een terugval.  

Overtreffende trap

Uittesten hoe ver ik kan gaan is iets wat in mij zit. Bij het hardlopen resulteert hoogmoed in een blessure met als gevolg dat ik een ongeveer een maand rust moet houden en de training aanpas. Meestal is dan een achillespees het slachtoffer. Het dagelijks leven laat zich moeilijk vergelijken met een trainingsschema. Na twee weken van nieuwe indrukken en mentale uitputting in een nieuwe werkomgeving is het niet handig om er schep bovenop te doen. Midden in de nacht kom ik uitgeput terug van het optreden. Niet veel later zit ik op de cyclo-cross. Brieven bezorgen in het buitengebied. Daarna volgt een overtreffende trap waardoor ik niet langer kan balanceren op de rand van stabiliteit. 

Op mijn tandvlees kom ik de rest van de dag door tijdens de opening van een nieuw groot filiaal. Door een optelsom van gebeurtenissen knapt er iets in mijn hoofd. In een staat van derealisatie fiets ik die avond naar huis. Waar ik mij een aantal dagen eerder nog liet leiden door enthousiasme en overschatting word ik nu door angst de leegte ingestuurd. Ik voel mij zoals dit geweldige nummer van Radiohead.

Het duurt een week voordat ik uit het dal kan klimmen. In het geel/beige notitieboekje schrijf ik:

18-05-2017

Ik ben mijzelf niet of al die jaren nooit geweest. Het is zo stil in mij. Ik heb nergens woorden voor. Het is zo stil in mij en de wereld draait maar door. Ik had nooit gedacht dat Nederlandse pophits zo tot mij zouden spreken (…) Had er nooit bij stil gestaan dat ‘stil in mij’ weleens over depressie zou kunnen gaan. Vandaag is het heel stil in mij. Het is onwerkelijk om weer in een depressie beland te zijn. Tegelijkertijd voelt het ook heel echt. Ik kan er niet omheen.(…) Ik moet zo weer de deur uit. Ik ben mijn leegte aan het opvullen met leegte. Het is dat ik nu aan het schrijven ben. Ander zou ik niet weten wat ik moest doen. Dan ga ik spartelen in mijn depressieve vacuüm. Dan ga ik onnodig veel in de spiegel staren. Omdat ik mijzelf niet herken. In mijn hoofd bedenk ik scenario’s. Hoe mensen reageren op mijn afwezigheid en hoe ze terugkijken op mijn leven. Wat een rare vorm van zelfmedelijden. Het zijn belachelijke gedachten. Toch komen ze regelmatig terug. (…) 

Elke keer als ik aan suïcide denk walg ik van de gedachte en schiet ik vol. Een paar secondes ervoor leek het nog een oplossing. Natuurlijk is dat het niet. Alles afzeggen en sociale contacten verbreken lijkt ook een oplossing, maar maakt problemen alleen maar groter. Van kortstondige verlossing van prangende problemen naar een verstrengelend sociaal isolement. Dat laatste ben ik nu wel in een bepaalde mate aan het doen. Hier moet ik niet te ver in doorschieten. 

Ik moet iets gaan doen nu. Ik ben mijzelf weer aan het opsluiten. De drempel om naar buiten te gaan wordt weer hoger. Het gekke van dit alles is dat de pijn virtueel en echt op hetzelfde moment even hard binnenkomt. Ik ben mijzelf gek aan het maken. Ergens voor een reden. Aan de andere kant is het helemaal niet nodig.

Wat kan er wel?

Zoals ik bij het hardlopen mijn achillespees kan overbelasten. Zo kunnen er in mijn geest ook kabels springen. Op 28 mei 2017 bevind ik mij aan het water ergens in Twente. Ver genoeg van huis om de omgeving en de mensen niet te kennen. Met een geblesseerd hoofd zit ik te schrijven. Een blessure hoeft niet alle plannen te dwarsbomen. Met een ontstoken achillespees kan ik nog fietsen. Depressief krijg ik nog woorden op papier. Kan ik nog genieten van de natuur.

Ik schrijf over de mogelijkheid dat alles mis zal gaan in mijn leven. Dat ik ook mijn werk als fietskoerier niet meer uit kan voeren. Dat er niks anders op zit om prullen op te verzamelen in de berm. Met zo’n lange grijpstok en een vuilniszak in de hand. Een aantal maanden later kom ik erachter dat ik bezig was met een Stoïcijnse oefening genaamd premeditatio malorum oftewel negatieve visualisatie.

Terwijl meerkoeten kalmpjes voorbij dobberen beschrijf ik hoe het slechtste scenario in mijn professionele carrière eruit zou kunnen zien. Dat het ook wel mee zou kunnen vallen. Tijdens het prikken van prullen kan ik luisterboeken en podcasts tot mij nemen. Het is een goede bijdrage aan de maatschappij. Daarnaast is er alle tijd en ruimte om mijn loopschema in te richten. Enigszins verantwoord. Genoeg mogelijkheden om muziek te maken en te schrijven. Het ergste bleek niet heel erg te zijn. 

Prullen, 28-05-2017

Er ligt rommel om mij heen. Ik raap ze op. Eén voor één. Het is soms even zoeken, maar zonder al teveel moeite te hoeven doen verschijnen ze in mijn blikveld. Prullen. lege verpakkingen. Lege gevoelens. Uitgeknepen gedachtes. Ik wil ze graag opruimen want ze vervuilen de omgeving. Het is beter als ze worden opgeruimd. Het staat mooier en nodigt minder uit tot vermenigvuldiging. De prullen moeten worden opgeruimd. De prullen langs de weg en de prullen in mijn hoofd. (…)

Uitgaan van het ergste laat zien waar de prullen in het hoofd liggen. Dat ze opgeruimd kunnen worden en dat dit prima werk is. Als dit niet lukt kun je altijd wat rotzooi om je heen opruimen. Zo nu en dan raap ik weleens wat afval op tijdens het hardlopen. Het doet mij denken aan de zomer van 2017. Zo negatief was mijn visualisatie nou ook weer niet. 

Ruben Eijsink

Memento Mori

Aan de Zuiderval, een verbinding tussen het centrum van Enschede en de snelweg, ligt een braakliggend terrein. Het is klaar om bebouwd te worden. Natuurlijk heeft het project een eigentijdse hippe naam. Termen  als ‘kwartier’ en ‘stadshof’ worden gebruikt om te prikkelen.

Niet zo heel lang geleden was die dorre lap grond een voedingsbodem voor underground cultuur. Er stond een verlaten autospuiterij. Het werd een vrijplaats voor kunst. Bands speelden er zelfs letterlijk onder het niveau van het grondoppervlak in een ruimte waar voorheen vierwielers werden voorzien van een nieuwe laklaag. Die plek was bekend als ‘The Loch’. Krasserige muziek werd er gemaakt. Met gevoel dat mag schuren. Ik kwam er graag en heb er een aantal keren mogen spelen. Zag er bands die ik anders nooit had leren kennen.

Eén van die bands was SandlotKids uit Duitsland. Helaas kwam ik vlak na het uitklinken van de laatste noot de loods binnen. All I got was a t-shirt.. Het ontwerp sprak mij erg aan. Ik heb het nu als achtergrond op mijn laptop. Het herinnert mij op een positieve manier aan de dood. Gedenk te sterven zeiden de Stoïcijnen. Memento Mori.

De dood is niet per se een prettig iets om aan te denken. Desalniettemin is het een krachtig gegeven om het leven in het nu te kunnen veranderen. Het betekent per slot van een rekening een deadline. Dat zet aan tot denken. Tot actie. Of tegenreactie. Het is maar net in welk licht de schaduw van het leven gezien kan worden.

Destructief

Tijdens een depressieve episode een aantal jaren geleden worstelde ik met suïcidale gedachten. Nieuw was het niet. In mijn puberteit heb ik een aantal zelfmoordpogingen gedaan gedurende zware episodes. Na mijn ontslag in de jeugdpsychiatrie in 2004 ging ik er niet vanuit dat zulke destructieve denkpatronen terug zouden kunnen komen. Niets minder bleek waar zo’n 12 jaar later. Denken aan de dood werd een bondgenoot. Op een perverse manier ging ik mijn stoffelijke afwezigheid romantiseren. Iets waar ik niet trots op was. Het was op dat moment mijn coping strategie, om die term te gebruiken. Had even niks beters voor handen. Onwillig werd het mijn bondgenoot. Dat het niet goed voor mij was werd snel duidelijk. Als ik ging fantaseren over de dood werd ik emotioneel en kon ik zelfs tranen niet bedwingen. Sprak er met niemand over destijds. Iets wat je juist bespreekbaar moet maken.

Ik ging dagdromen over hoe mensen mijn teksten en muziek zouden aantreffen. Hoe jammer het wel niet zou zijn dat ik er niet meer was. Gedomineerd door een verziekt ego overvoedt met zelfmedelijden. Het zou mijn naargeestige manier zijn om de wereld een hak te zetten vanuit wanhoop. Er zat zoveel moois in het vat, maar het heeft niet zo mogen zijn… Dat tegenstrijdige idee heeft mij van jongs af aan al gefascineerd op een vreemde manier. Iets moois dat niet kan zijn.

In een periode van mentale crisis nam dit extreme vormen aan. Als een amateur Ian Curtis was ik de dood aan het verheerlijken en probeerde het tot kunst te verheffen. Andersom lijkt mij toch beter. Zoals Nietzsche zei: “Zonder kunst gaan we dood aan de werkelijkheid.”

Dit is een niet constructieve manier van denken aan de dood. Het voedt het ego met gif. Denken aan sterven kan ook helpend zijn. Het kan aansporen tot goede actie. De Stoïcijnen spraken hier uitgebreid over. Een greep:

Don’t behave as if you’re destined to live forever. What’s fated hangs over you. As long as you live and while you can, become good now.”

— Marcus Aurelius, Meditations, 4.17

“Let us prepare our minds as if we’d come to the very end of life. Let us postpone nothing. Let us balance life’s book each day…. The one who puts the finishing touches on their lives each day is never short of time.”

Seneca, Moral letters, 101.7b-8a

Keep death and exile before your eyes each day, along with everything that seems terrible—by doing so, you’ll never have a base thought nor will you have excessive desire.”

Epictetus, Enchiridion, 21

Constructief

Ik heb aan den levende lijve mogen ondervinden dat de dood niet iets is om antwoorden in te vinden. Denken aan de dood als toevluchtsoord leidt tot meer lijden. Hoe moeilijk het ook kan zijn om dit in te zien als je middenin zo’n negatieve spiraal zit. 

Het gegeven van eindigheid laat zich beter lenen als hulpmiddel. Om vragen te stellen. Als herinnering dat het leven nu plaats vindt en dat je daar dankbaar voor kan zijn. Wat wil en kan je doen op korte en lange termijn? Wat ga je daarvoor laten? Hoe kan het anders? Een deadline schept helderheid. Futurist Kevin Kelly heeft dit mooi verwoord in een lijst met ongevraagd advies die hij onlangs deelde op zijn 68’e verjaardag.

“Always demand a deadline. A deadline weeds out the extraneous and the ordinary. It prevents you from trying to make it perfect, so you have to make it different. Different is better.”

Pennywise

Een aantal albums waren erg belangrijk voor mij tijdens opnames tussen 2002 en 2004 in de jeugdpsychiatrie. De langspeler ‘About Time’ van Pennywise is er daar absoluut één van. In een afgesloten plek ver van huis deed het mij beseffen wat ik op dat moment kon doen om de situatie iets lichter te maken. Begeleid door power chords weekten de aangekoekte depressieve gedachten los.

Hey / Get outta my way
I got a lot more living to do before my Judgment day

Pennywise – Not Far Away (About Time, Epitaph 1995)

Elke vrijdag fiets ik door Enschede. Vergezeld door een iPod shuffle die al lang niet meer is ververst. Voorzien van een verzameling muziek waar ik prima mee uit de voeten kan. ‘About Time’ staat er ook op. 

Als ik met gierende gitaren in mijn oren langs de Zuiderval fiets waar ooit ‘The Loch’ een bruisende plek was, bedenk ik hoe vet optredens eigenlijk wel niet zijn. Hoe ze de werkelijkheid levendiger maken. Ik krijg zin om te spelen. Zin om meer te leven.

Ruben Eijsink

Denk je aan zelfmoord? Praat erover. Bel 0900-0113 of chat via 113.nl 24/7 open, anoniem en vertrouwelijk. Online therapie of coaching, zelfhulp of -testen.


Bronnen:
The Daily Stoic (Ryan Holiday & Stephen Hanselman, profile books 2016)
– artwork van een Sandlotkids t-shirt

Amor Fati

Een flinke dosis zonneschijn, A Wilhelm Scream en een geprikkeld ego is een ideale cocktail voor de verslapping van mijn aandacht. Terwijl ik met één hand aan het stuur iemand probeer te groeten kom ik met mijn voorwiel in een kuil. Mijn linkerhand rust op het ijzer en rubber. Het bull horn stuur klapt naar rechts. Het is alweer even geleden dat ik te maken had met deze valkuil.

Opeens lig ik op de grond met een bloedende pijnlijke elleboog. De fiets is redelijk bespaard gebleven. Alleen een slag in het voorwiel en wat lakschade. M’n fles is uit de houder geslingerd en ligt in de goot tussen de ruwe klinkers en de stoeprand. Ik lig met mijn neus op de feiten.

Het is eind maart. Een warme vrijdag namiddag. Fietskoerierdag. Die avond bezorg ik nog wel pakketjes. De pijn kan ik redelijk negeren. Een maand eerder moest ik tijdens de Dodemanstrail in Zuid-Limburg uitstappen vanwege een achillespees blessure. Na de nodige rust kon de training hervat worden. Een redelijke halve marathon van Enschede was nog een reëel scenario. Niet voor lang. Eén voor één worden evenementen geannuleerd vanwege het Coronavirus. 

Lachend de overgave tegemoet tijdens de Dodemanstrail 2020

Alles is training

De wond op mijn rechter elleboog heelt voorspoedig. Het is niet meer opgezwollen. Het loopschema kan ik voorzichtig uitbouwen naar 80k per week. Intervaltrainingen gaan geleidelijk de goede kant op. Vorm terugkrijgen is het doel. Zodat ik weer kan aansluiten bij de loopgroep. Met een groter doel ver in mijn achterhoofd waar ik elke dag minuscule stapjes voor aan het zetten ben. Ook als dingen tegenzitten. Een belangrijk onderdeel van de training.

Halverwege april word ik op een donderdag wakker met een pijnlijke elleboog. Op mijn werkplek realiseer plotseling hoe dik mijn rechterarm is geworden. Na een bezoekje aan de huisarts wordt er geconstateerd dat ik een slijmbeurs ontsteking heb opgelopen. Rust houden is het advies. Hardlopen en core-oefeningen waar ik zoveel baat bij heb kunnen niet meer zoals ik gewend ben. Ik heb geen andere keuze om mijn lot te accepteren. Dat is de enige zinnige optie. Amor Fati.

A lot to love

Acceptatie is geen berusting. Het creëert een lichter uitgangspunt. Als je wordt gebeten door een hond is het beter om mee te geven dan terug te trekken. De blik van de Stoïcijnen op omgaan met tegenslag is van grote meerwaarde gebleken voor mij. Vooral wat Epictetus hierover heeft gezegd is blijven hangen:

‘Don’t seek for everything to happens as you wish it should, but rather wish that everything happens as it actually will – then your life will flow well.’

Epictetus, Enchirdion, 8

‘Remember that you’re an actor in a play, playing a character according to the will of the playwright – if it’s a short play, then it’s short. If it’s long. Then it’s long. If he wishes you to play the beggar, play even that role well. Justy as you would if it were a cripple, a honcho, or an everyday person. For this is your duty, to perform well the character assigned to you. That selection belongs to another.’

Epictetus, Enchirdion, 17
Viktor Frankl (bron)

Voor mij helpt het idee achter Amor Fati om de angel uit een vervelende situatie te halen. Negeren van tegenslag heeft geen zin. Het is er nou eenmaal. Het klinkt paradoxaal om iets lief te hebben dat je tegenwerkt. Toch werkt het. Onlangs las ik ‘Man’s Search for Meaning’ van Viktor Frankl. Een dun, maar daardoor zeker niet minder indrukwekkend boekje over een Oostenrijkse neuroloog en psychiater die aan de wieg stond van de logotherapie. Oftewel therapie dat in het teken staan van zingeving. Vanuit de logos.

Op beklemmende doch relativerende wijze beschrijft Frankl hoe hij met een combinatie van geluk en mindset de gruwelijkheden in concentratiekampen heeft overleeft. Eén van de methodes die bijdroeg aan die manier van denken is paradoxical intention. Door het tegenoverstelde te willen, tegen je intuïtie in, doorbreek je de zware lading van een gebeurtenis. Hierbij moest ik ook denken aan Amor Fati. Als het niet gaat zoals je wil kun je willen dat het gaat zoals het gaat. Niet om je te verzoenen met dat lot. Om je negatieve gedachten te misleiden en om ruimte te kunnen scheppen voor positiviteit. Voor goede keuzes en acties. Meegeven met de bijtende hond, die langzaam zijn kaken ontspant.

Hardlopen en toewerken naar wedstrijden, ook al zijn ze momenteel ver voorbij de horizon, is onderdeel van mijn identiteit. Een manier om voldoening en geluk te ervaren. Nu dit weg is gevallen moet ik op zoek naar een andere invulling. Zoals een cover opnemen bijvoorbeeld. Moe worden en creëren zijn bronnen van steun.

Ik kijk ernaar uit om straks weer een kilometer te kunnen hobbelen. Om vijf push-ups te kunnen doen. Met kleine stappen herstellen is net zo waardevol als de laatste stap naar de finish. In de tussentijd is er de ruimte om andere dingen meer aandacht te geven. Ik probeer zoveel mogelijk te genieten van wat wel kan. Bewonderen en waarderen wat anderen in staat zijn om te doen.

Om mijn rechterarm rust te geven doe ik nu zoveel mogelijk met links. Dat is goed voor m’n hersenen. Nieuwe verbindingen worden aangemaakt. Mijn achillespezen hebben een lange zomervakantie. Misschien krijgen ze eindelijk de rust waar ze zolang naar hebben verlangd. Kan ik straks met punkrock in mijn oren gaan rennen in de zon. Net iets veiliger. Ik heb weer een lesje geleerd over ego en aandacht. De situatie zoals die nu is heb ik liever niet. Toch heb ik het lief.  

Ruben Eijsink


bronnen:
Filosofie scheurkalender 2020
Epictetus, Discourses

verdere info:

https://denieuwestoa.nl/amor-fati/
https://dailystoic.com/amor-fati/


Een route naar ervaringsdeskundigheid

Ruim een maand na mijn Wait But Why ervaring (zo kan ik het toch wel noemen) bevind ik mij in de trein naar Amsterdam. Onderweg naar mijn broer lees ik het proefschrift van Wilma Boevink. Zij was en is een belangrijke pionier in de herstelbeweging binnen de psychiatrie. Ze heeft de term HEE! en bijhorend platform de wereld in geholpen. Dit staat voor Herstel, Empowerment en Ervaringsdeskundigheid. Weilanden, woonwijken, de Veluwe en stations trekken aan mij voorbij en het valt nauwelijks op. Gebiologeerd lees ik door zonder dat mijn aandacht op enig moment verslapt. Net zoals dat ruim een maand eerder het geval was. Ik ben op het juiste spoor.

Afstand door nabijheid

Het idee om ervaringsdeskundige te willen worden is ontstaan in het voorjaar van 2017. Tijdens het begin van de rapid cycling periode waar ik vorige week over schreef krijgt het vorm. Op 15 mei schrijf ik het op. Ik wil werken aan mijzelf en daar werk in vinden. Om van betekenis te kunnen zijn voor anderen. Ervaringsdeskundigheid is al langer op mijn radar. Tijdens mijn vrijwilligerswerk voor een vrijwilligersorganisatie die bemiddelt voor vrijwilligers heb ik in 2016 twee medewerkers van Ixta Noa geïnterviewd. Het heeft al een zekere aantrekkingskracht op mij. Ik was nog in de onderzoekende fase zonder daar heel erg bewust van te zijn. 

In juni sluit ik mij aan bij plusminus, destijds nog bekend als de VMDB. Ik wil mij inzetten als vrijwilliger voor anderen. Ook doe ik het voor mijzelf natuurlijk. Om bezig te zijn. Erachter komen of ik het aankan om constant geconfronteerd te worden met de gevolgen van een psychische aandoening om mij heen. Het is een belangrijk onderdeel van mijn leven. Het is van grote invloed geweest op mijn puberteit en mijn verdere leven. Het voelt niet verkeerd om het dichtbij te houden. Die bipolariteit. Ook als het goed gaat. Juist als het goed gaat. Door er dichtbij te blijven wordt het normaler. Krijgt het minder betekenis. 

Herstelverhaal

Als ik in september 2017 aan de slag ga met mijn herstelverhaal, die ik als digitale cursus volg bij GGZ-instelling Mediant, weet ik zeker dat op het juiste pad ben. Met genoegen duik ik in mijn verleden om ruimte te scheppen voor de toekomst. De rode draad in het verhaal is herkenning, erkenning en verkenning. Tijdens het schrijven van dit verhaal ben ik nog maar kort daarvoor in aanraking gekomen met het Stoïcisme. Ik durf het aan om alvast de bekende quote van Seneca erin te gooien: ‘We’re often more frightened than thurt. We suffer more in imagination than in reality.’ Het idee van sterker worden door tegenslag krijgt ook al een plek. 

Onlangs zag ik een grote sticker op de achteruit van een auto met een slogan van de Zwarte Cross. Deze had veel minder woorden nodig om ongeveer hetzelfde uit te drukken: ‘Vaak bu’j te bange.’

Een route

In het najaar maak ik een plan om mijn weg naar ervaringsdeskundigheid uit te stippelen. Ik kom uit op de website van de LEON. Een opleiding voor ervaringsdeskundigheid. Hier staat duidelijk vermeld welke stappen er gezet moeten worden om deel te kunnen nemen aan de leergang van een jaar. Ik kan gelukkig vrij snel instromen bij de cursus ‘Herstellen Doe Jezelf’ die ik tevens volg bij Mediant. Het digitale herstelverhaal fungeert als een goede basis bij de bijeenkomsten die ik in het voorjaar van 2018 bijwoon. Ik ervaar het als prettig om onder begeleiding van twee ervaringsdeskundigen te praten over herstel vanuit verschillende invalshoeken. Met een medecursist heb ik er nog tijdje over doorgepraat in een podcast.

Het einde van deze cursus staat in het teken van de presentatie van een collage die iedereen voor zichzelf heeft gemaakt.  Het is een soort blauwdruk geworden voor de komende jaren. Dat is het nog steeds. Het laat zien wat mijn grote passies zijn in mijn leven. Muziek en sport. Hoe ik ups & downs een plek kan geven. Hoe ze mij sterker maken als ik dynamiek kan kanaliseren in hardlopen, gitaar spelen en zingen. Het benadrukt wat ik zelf kan doen (en moet blijven doen) om gebalanceerd te kunnen leven. Met een beetje goede wil kun je er ook een life chart in zien die overgaat in een berglandschap. Het is een visualisatie van de route die ik voor mij zie. Mijn weg naar ervaringsdeskundigheid. Het is geen bestemming. Het is een weg die constant verandert en zwaar kan zijn. Die uitdaagt om te leren en te groeien. Een weg die uitnodigt om samen op te trekken.

‘Wat overblijft is de landweg’

Een docent aan wie ik veel heb gehad zei tijdens mijn opleiding: ‘Het is niet de weg naar herstel. Herstel is de weg.’ De reis is de bestemming. Hierbij moet ik ook denken aan het nummer ‘Drie Wegen’ van de De Kift. In de openingstrack van het album Brik uit 2011 wordt een keuze gemaakt uit drie opties: de asfaltweg, de klinkerweg of de landweg. Het wordt de laatste. ‘Al is deze sprookjesweg een gedrocht, voor ons is er geen andere.’ 

Het pad van de meeste weerstand levert veel op. ‘It never gets easier, you only get faster’ is een bekende gevleugelde uitspraak van de wielrenner Greg Lemond die als eerste Amerikaan in 1986 de tour de France won. Zo ervaar ik het ook tijdens mijn route als ervaringsdeskundige. Ik kom verder, makkelijker wordt het niet. Dat wil niet zeggen dat het niet leuk hoeft te zijn. Doorgaans heb ik plezier in mijn werk. Dankbaar ben ik in ieder geval.

Tijdens mijn opleiding moet ik obstakels overwinnen. Op mijn stageplek in 2019 is het zoeken naar de invulling van mijn rol in een FACT-team. Op mijn huidige werkplek is dat ook het geval. Je wordt sterker door te herstellen. Daar hoort stress bij. Uiteraard gedoseerd en in verhouding naar draagkracht. Dat laatste kan met kleine stappen op onverharde grond worden uitgebouwd. Alleen als er voldoende rust tegenover staat. 

Een citaat van Marcus Aurelius komt geregeld naar voren in werkstukken, presentaties en sollicitatiebrieven die ik in de afgelopen twee jaren heb geschreven. Ik heb er veel aan gehad en denk dat meer mensen er baat bij kunnen hebben. In meer of mindere mate. Bipolair of niet.

The Daily Stoic

De route van ervaringsdeskundigheid is er één met prachtige ontmoetingen, klimmetjes, afdalingen, uitdagende slingerpaadjes, ontgonnen terrein en obstakels. Voor mij is er geen andere. Wat is jouw route?

Ruben Eijsink

Rapid Cycling (deel twee)

Begin 2016 vind ik tóch een baan die aansluit bij mijn opleiding Media, Informatie en Communicatie. Voor 16 uur in de week. Of beter gezegd. De baan vindt mij. Het is prima te combineren met de fietskoerier routes die ik blijf doen. In de loop van dit jaar vind er een grote verandering plaats. Voor het eerst sinds een decennium kom ik weer in een depressief drijfzand terecht zoals ik dat lange tijd niet meer heb ervaren. Sinds mijn puberteit heb ik niet de koude leegte gevoeld waar ik wederom door overvallen wordt. 

Drijfzand

Op mijn nieuwe werk bouwt de spanning zich langzaam op. Ik voel mij daar ongemakkelijk. Heb veel te maken met stress. Ik besluit om te stoppen na twee maanden. Te dicht bevind ik mij langs de afgrond van een depressie. Als ik nu zou stoppen zou ik het nog voor kunnen zijn, zo is mijn redering. 

Als ik in maart 2016 begin met een nieuwe baan kom ik wederom in hetzelfde drijfzand terecht. Mijn overtuiging is nog steeds dat het niet per se aan mijn ligt en dat ik mijn omgeving het beste kan veranderen. Het lijkt vanaf dat moment een goed idee om een eigen fietskoerierbedrijfje op te zetten met een collega van mij. Ik ben 29 en wil iets doen met mijn leven. Van betekenis zijn. Iets doen met meerwaarde. Ik heb geen idee waar ik aan begin. Het worden stroeve maanden die uitmonden in een ontwrichtende paniekaanval waar ik het vorige week over had. Het werken aan eigen bedrijf valt samen met een enigszins traumatiserende verhuizing (waar ik dit nummer over schreef) en de voorbereiding op een ultratrail in Zwitserland.

Oh ja. De band valt ook uit elkaar. We hebben net een nummer uitgebracht met onze held Lee Ranaldo van Sonic Youth. Op de dag dat ik op de social media van de invloedrijke band uit New York lees dat ze ons nummer hebben gedeeld, bezorg ik gederealiseerd medicijnen in de zonovergoten binnenstad van Enschede. Niet lang daarna ga ik zelf weer aan de medicijnen. 

De storm tegemoet

In augustus beland ik in een diepe donkere depressie met suïcidale neigingen. Ik kan post en pakketjes blijven rondfietsen. Het nieuwe huis is nog lang geen thuis. Het kost allemaal erg veel moeite. Ik schrijf een nummer op de zolderkamer, die nog lang niet de mancave schwung had die het nu heeft. Ik schrijf het als een afscheidsnummer. Ik weet mijzelf te troosten, te motiveren en te laten overleven. De volgende dag ga ik erop uit om de depressie voor te zijn. Met de zelf ingespeelde soundtrack van hoop in mijn oren. Dat lukt aardig.

In september trekken de donkere wolken in mijn hoofd weg. Er is ruimte voor meer. Voorzichtig begin ik aan vrijwilligerswerk. Als ik hersteld ben van een schouderblessure na een fietsongeluk gaat het hardlopen weer de goede kant op. De herfst treed ik de stabiel tegemoet. Dat kan ik zien op mijn life chart waar ik in oktober mee begin. De eerste dagen van die maand zit ik flink onder de lijn. Een belangrijke oorzaak is de 24-uurs fietstocht waar ik aan mee heb gedaan. Een ding in de fietskoerierwereld. Het werden 26 uren waarin ik met een groepje een kleine 500 km heb afgelegd. Een geweldige ervaring om met een stel Antwerpen en Maastricht binnen te rijden. Ik betaal er wel een rekening voor. Ik besluit om na de ontregeling van mijn dag- en nachtritme aan het werk te gaan na het weekend. Niet heel handig. In zombie modus sla ik mij erdoorheen. Gelukkig klim ik uit het dalletje en kan ik de stabiele lijn voortzetten. Het najaar en de winter verlopen rustig. Dingen gaan goed.

Gecontroleerd galopperen

De crisis keert terug. In mei 2017 kom ik wederom in een rapid cycling periode terecht na hevige stress op het werk. Ik ben inmiddels medewerker bij een grote outdoorwinkel. Slaapgebrek, overbelasting, ongelukkige keuzes en veel nieuwe prikkels in één keer zijn debet aan een nieuwe episode. Wederom neem ik afstand van een werkplek en word ik geconfronteerd met het werk dat ik aan mijzelf moet verrichten. Een verandering van omgeving helpt in dat soort depressieve dagen. Ik fiets naar mijn broer in Amsterdam en terug en zie hoe mooi de wereld kan zijn. Dat problemen vooral bestaan in mijn hoofd en niet in de omgeving waarin ik mij bevind. Fysieke inspanning helpt altijd.

Onderweg naar Smilde

In juli fiets ik naar Smilde, een dorpje vlakbij Assen, waar ik een jaar heb doorgebracht in een psychiatrische instelling. Niet alleen om weg van huis te zijn. Om onderweg te zijn. Een moment van reflectie waarin ik kan realiseren waar ik 15 jaar later sta in mijn leven. Op de terugweg zie ik een prachtig schouwspel dat mij emotioneert. Een vrouw rijdt tevreden op een paard in een rustige draf. Aangelijnd galoppeert een jonger paard mee. Het lijkt alsof het dier lacht en zichtbaar plezier heeft. De laaghangende zon projecteert lange slagschaduwen met het oker gele strijklicht. Er verschijnt een grijns op mijn gelaat. Zo moet het zijn denk ik. Gecontroleerd in beweging blijven en het enthousiasme beteugelen. Het beeld heeft mij sindsdien niet losgelaten komt nog steeds geregeld voorbij.

Life chart juni-juli-augustus 2017

Wait but why?

Het fietskoerier werk gaat nog steeds gepaard met veel stress tijdens de rapid cycling periode. Ik raak via podcasts en youtube video’s geïnspireerd om mijn leven meer te gaan monitoren naast de life chart. Ik kom in aanraking met het Stoïcisme. Ik begin met het volgen van een ochtend- en avondroutine. Tijdens mijn diensten ga ik lessen opschrijven om minder te hoeven malen over misstappen. Dit is de eerste en er gingen er vele volgen. Het is een lange lijst geworden. Zo nu en dan voeg ik er één aan toe:

22-07-2017
Sta erbij stil waar je bent en wat je aan het doen bent. Dit helpt het voorkomen van fouten maken. Wees bewust van de handeling. Klopt het met datgene wat je wil en moet gaan doen? (focus on the task at hand)

De eerste dag dat ik begin aan de werkmap die ik nog steeds hanteer

Zes augustus 2017 gaat de boeken in als een memorabele dag. Er komt een einde aan de periode van rapid cycling. Ik ben mij er op die dag van bewust dat het zo is. Zonder daar enig bewijs voor te hebben. Een artikel op Wait But Why? over de denkwijze van Elon Musk brengt een verandering tot stand. Met grote fascinatie lees ik het lange stuk in één ruk uit. Het gaat over het herschrijven van je eigen software. Hoe je meer als chef kan gaan leren denken die nieuwe recepten verzint in tegenstelling tot een kok die recepten uitvoert. Om de woorden van Carol Dweck te gebruiken. Het laat mij inzien hoe ik aan een growth mindset kan werken in plaats van een fixed mindset in stand te houden. Ik ben in staat om uit het dal te klimmen en eruit te blijven. Dat gaat de nodige inspanning kosten. Ik blijf stoïcijns doortrappen onderweg naar mijn volgende doel. Ervaringsdeskundige worden.

Ruben Eijsink

Cover foto: Touché Amoré – To the Beat of a Dead Horse
Overige foto’s door mijzelf

Rapid Cycling

In de voorgaande twee posts heb ik het gehad over mijn werkzaamheden als fietskoerier. Vandaag wil ik er verder op in gaan. In twee delen ga ik vertellen over de periode vanaf de winter van 2015 tot en met de zomer 2017. In dat tijdsbestek zijn er periodes van rapid cycling. Een term die slaat op de snelle afwisseling van bipolaire stemmingen zonder stabiele tussenperiodes. Voor mij had het ook nog een andere betekenis. Doortrappen om vooruit te komen in mijn leven. Het gaf richting tijdens depressie en was een uitlaatklep tijdens hypomanie. Achteraf gezien heeft het mij inzichten opgeleverd die aansluiten bij de Stoïcijnse filosofie. Zo heb ik geleerd om mijn lot lief te hebben. Ook al is het niet voor eeuwig. Om mij te richten op de taak voor handen. Om gelukkig te kunnen zijn met weinig geld in uitdagende omstandigheden. Vandaag deel één.

Hoe lang is tijdelijk?

In november 2014 vind ik een bijbaan als fietskoerier. Op dat moment ben ik ervan overtuigd dat het tijdelijk is. Lekker in beweging blijven terwijl ik op zoek ben naar een ‘echte baan’. Ik herinner mij nog goed hoe ik een foto maakte voor Instagram terwijl ik poseerde voor een reflecterend raam. Trots was ik ook wel. Ik had iets gevonden waar ik mij goed bij voelde. Het leverde weinig op. Er was wel iets om op te bouwen. Ik zat nog in de bijstand samen met mijn vriendin. Veel uitzicht was er niet.

Eerder dat jaar was ik HBO afgestudeerd. Het viel zwaar tegen om een baan te vinden. Heel even had ik een baantje als krantenverkoper. Ik pakte alles aan in de maanden na de diploma uitreiking. Met zo’n jas aan op straat abonnementen aansmeren aan voorbijgangers bij de ingang van een supermarkt. Verschrikkelijk. Soms is het goed om erachter te komen wat je echt niet wil. Wat wilde ik dan wel? Samen met een vriend van mij had ik het plan gevat om een veganistisch eetcafé slash cultureel trefpunt te beginnen. Hier zijn we een half jaar serieus mee bezig geweest. Hij verhuisde naar Londen. Ik zag het niet zitten om het alleen door te zetten. Ik vroeg mij ook af of het überhaupt wel zo’n goed idee was. Werd ik niet teveel gevoed door m’n ego? Was het niet gedreven door hypomanie? Vragen die ik achteraf stelde.

Trainen en werken. Werken en trainen.

Doortrappen en stappen

In 2015 blijf ik mijn diensten fietsen. Het zijn er niet veel. Een paar dagen in de week in de ochtend en ’s middags een route van ruim een uur. Ik klus bij als schoonmaker. Verder train ik voor de marathon en speel ik in een band. Ik doe het huishouden en kom m’n dagen best aardig door. In de zomer kan ik mijn werkzaamheden als fietskoerier uitbreiden. Voor DHL race ik tot de winter op een vrachtfiets door de straten van Enschede. Het is te combineren met mijn andere fietswerk. Mijn dagen vul ik voortaan volop in beweging. In september vind ik nog een baantje in de avonduren als callcentermedewerker. Mede hierdoor komen mijn vriendin en ik uit de bijstand. Mijn agenda loopt helemaal vol. Het is vermoeiend, maar ik weet er door heen te komen. Ik heb geen tijd om erover na te denken. Ook ben ik aan het trainen voor mijn eerste echte trail marathon. 

Op sommige dagen begin ik de dag met een 20k duurloop. Vervolgens om 08:00 uur een ochtendronde. Snel omkleden en door om de vrachtfiets op te halen voor DHL. Na die dienst snel richting de andere werkgever voor de late middagronde. Thuis een hap naar binnen werken en ’s avonds een dienst draaien tot 21:00 uur in het callcenter. Ik weet niet waar ik de energie vandaan haal, maar het gaat best aardig. Eerder dat jaar was ik gestopt met de Lithium. Het is niet ondenkbaar dat dit een meespelende factor is.. 

Meegaan met de golven tijdens het callcenter werk

Ik kan mij vereenzelvigen met mijn werk als fietskoerier. Daarnaast haal ik veel energie uit het trainingsproces richting (ultra)marathons. Ben niet meer echt op zoek naar ander werk. Ik heb een lieve vriendin en twee leuke katten. Heb plezier met de band. Het is even prima zo. Totdat ik toch een ‘echte baan’ vind. En alles verandert.

Volgende week deel twee.

Ruben Eijsink

Indrukken

Vier jaar geleden werd een geel/beige notitieboekje een toevluchtsoord. Ooit een keer zonder specifieke reden gekregen van mijn moeder. Ik ben er in gaan schrijven op 9 juni 2016 toen ik werd overvallen door een paniekaanval die ik een lange tijd niet heb ervaren in die orde van grote. Sinds mijn periode in de jeugdpsychiatrie tussen 2000 en 2002 had ik niet meer zo’n gure depressieve tegenwind in mijn leven ervaren. Een kleine twee weken later zit ik weer in de spreekkamer van de lokale GGZ-instelling. 

Dinsdag 21-06-2016

“Vanochtend dus bij Mediant geweest. Het gesprek verloopt moeizaam. Ik heb grote moeite om mijn gedachten onder woorden te brengen. Mijn hart gaat te keer en ik zit hoog in de ademhaling. Ik geef aan hoe stressvol het werk is en dat dit nu heel slecht past. We besluiten om weer aan de Lithium te gaan. 

In de verte staat een busje geparkeerd. Een ijskoningin blaast een ijzige kus mijn kant op. Het lijkt symbolisch. Ik weet dat het op toeval berust.

“It’s so cold..”

In het half jaar dat daaraan vooraf ging is er van alles gebeurd waardoor er weer een voedingsbodem voor een depressie is ontstaan. Achteraf een aaneenschakeling van ongelukkige keuzes vanuit karaktereigenschappen die flink konden worden bijgeschaafd. Op dat moment, op een zomerse dag in 2016, kon ik niet anders dan de nieuwe ontwikkelingen in het kader van de bipolaire stoornis zien.

Ik ben weer in behandeling. Na een jaar zonder de aanwezigheid van het zout in mijn lichaam opnieuw aan de Lithium en geen idee wat de toekomst mij gaat brengen. Depressie beschrijf ik weleens als een koud gevoel dat door het lijf kruipt. Het laat je kennis maken met een rauwe beklemmende werkelijkheid. Een beetje zoals bij Neo in The Matrix als hij een spiegel aanraakt. Misschien dat ik daarom zo word getroffen door de ijzige dame die mij zo priemend aanstaart. De verdovende kou laat mij ontwaken uit mijn stabiele leven dat nu als een vervlogen droom aanvoelt.

It’s so cold

In ‘Discourses’ van Epictetus (waar ik het vorige week over had) staat mooi beschreven hoe je met bovenstaande ervaringen om kan gaan. Het heeft mij geholpen om mij niet te laten misleiden door indrukken. Niet onder de indruk zijn, maar erboven staan. Wanneer dit nodig is. Epictetus sprak als volgt:

“Don’t let the force of an impression when it first hits you knock you off your feet; just say to it: Hold on a moment; let me see who you are and what you represent. Let me put you to the test.” 

(Epictetus, Discourses 2.18.24)

Verderop in dat fragment volgt er een interessante aanvulling die de quote meestal niet haalt. Het belang van het toepassen en trainen van deze manier van leven wordt hier onderstreept. Het idee dat je er beter in kan worden zoals een atleet progressie boekt spreekt mij erg aan. Altijd bewust zijn van je houding. Het trainen van de geest:

“Practice this regularly, and you’ll see what shoulders, what muscles, what stamina you acquire. Today people only care for academic discussion, nothing beyond that. But I’m presenting you the real athlete, namely the one training to face off against the most formidable of impressions.”

(Epictetus, Discourses 2.18.26-27)

Marcus Aurelius had het hier ook uitgebreid over. Vorig jaar schreef ik (bijna) 100 dagen achtereen een citaat over uit ‘Mediatations’ van de keizer filosoof. Deze vier sluiten er mooi bij aan.

Toeval

In mijn beleving ligt het toekennen van betekenis aan toeval ten grondslag aan de episodes bij een bipolaire stoornis. Het beeld van een ijzige mevrouw die ik zag als belichaming van depressie zou een bedrijf dat in air conditioning handelt moeten promoten. Het was slechts een print op een busje. Toch maakte het een enorme indruk op mij.

Als ik haar later weleens tijdens het fietskoerieren voorbij zag rijden kon ik bijna de dreunende paukslag en kortstondige staccato strijkers horen. Zoals dat in films als dramatisch element wordt gebruikt. Naar verloop van tijd was ik minder onder de indruk van haar. Door veel te oefenen leerde ik mijn negatieve emotie los te koppelen van het beeld. Laatst zag ik het busje voorbij rijden en moest ik een beetje lachen om mijzelf. Ik werd er niet warm of koud van.

Ruben Eijsink

(foto’s door mijzelf)